D66 en Rob Jetten kritisch bekeken: beleid, miljarden en resultaten

d66 rob jetten

Rob Jetten en D66 behoren inmiddels tot de machtigste politieke spelers van Nederland. Jetten was tussen januari 2022 en juli 2024 minister voor Klimaat en Energie, werd daarna fractievoorzitter van D66 en is sinds 23 februari 2026 minister-president van Nederland. Hij leidt het kabinet-Jetten, gevormd door D66, VVD en CDA.

Zijn politieke carrière is daarmee indrukwekkend snel verlopen.

Maar politieke macht betekent ook politieke verantwoordelijkheid.

Juist daarom is het interessant om niet alleen naar toespraken, verkiezingsbeloften en ambities te kijken, maar vooral naar de vraag:

Wat heeft het beleid van Rob Jetten en D66 daadwerkelijk opgeleverd?

Op verschillende dossiers ontstaat een veel kritischer beeld dan uit de campagneslogan “Het kan wél” naar voren komt.

Vooral bij klimaatbeleid, energie-infrastructuur en de uitvoerbaarheid van grote plannen bestaat een duidelijke kloof tussen ambitie en resultaat.

Wie is Rob Jetten?

Rob Jetten werd in 2017 gekozen als Tweede Kamerlid voor D66. Van 2018 tot 2021 was hij fractievoorzitter.

Tijdens het kabinet-Rutte IV werd hij op 10 januari 2022 minister voor Klimaat en Energie.

Hij bleef minister tot 2 juli 2024. Daarna keerde hij terug naar de Tweede Kamer en werd opnieuw fractievoorzitter van D66. Sinds 23 februari 2026 is hij minister-president.

Klimaatbeleid vormt al jarenlang een belangrijk onderdeel van zijn politieke profiel.

D66 noemt Jetten zelf een politicus die mede aan de basis stond van de Klimaatwet en het Klimaatakkoord.

Juist daarom kan zijn periode als klimaatminister goed worden gebruikt om te bekijken hoeveel van de ambitieuze plannen daadwerkelijk zijn gerealiseerd.

Klimaatbeleid: miljarden extra, maar doel nog steeds buiten bereik

Een van de belangrijkste politieke momenten uit Jettens periode als minister kwam in april 2023.

Jetten presenteerde namens het kabinet een omvangrijk aanvullend klimaatpakket.

De regering stelde:

met het pakket de benodigde inhaalslag richting het klimaatdoel te kunnen maken.

Voor de maatregelen werd €28,1 miljard aan klimaatuitgaven vrijgemaakt. Volgens het kabinet moest het pakket ongeveer 22 megaton extra uitstootreductie realiseren.

Dat waren grote financiële en politieke toezeggingen.

Maar daarna ontstond een probleem.

PBL: minder dan 5% kans op halen klimaatdoel

In oktober 2024 publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving de Klimaat- en Energieverkenning.

De conclusie was opvallend.

Nederland zou met het vastgestelde en voorgenomen beleid in 2030 waarschijnlijk uitkomen op 44 tot 52 procent minder broeikasgasuitstoot ten opzichte van 1990.

Het wettelijke doel bedraagt 55 procent.

Volgens het PBL was de kans om dat doel daadwerkelijk te halen:

minder dan 5 procent.

Dat contrasteert sterk met de boodschap uit 2023 dat het aanvullende klimaatpakket het gat naar het klimaatdoel zou dichten.

Het PBL berekende dat voor een kans van 50 procent op het behalen van het doel nog ongeveer 16 megaton aanvullende uitstootreductie nodig zou zijn. Voor een zeer grote kans van 95 procent ging het zelfs om ongeveer 24 megaton.

Is dat volledig de schuld van Rob Jetten?

Nee.

Dat zou feitelijk te eenvoudig zijn.

Het PBL noemt onder andere vertraging bij windparken op zee, problemen bij groene waterstof en geschrapte beleidsmaatregelen als oorzaken van de verslechterde verwachting. Bovendien veranderde het kabinet nadat Jetten in juli 2024 vertrok als minister.

Maar politiek gezien blijft er wel een ongemakkelijke conclusie staan.

Onder Jetten werd een klimaatpakket van tientallen miljarden aangekondigd met de verwachting dat Nederland daarmee richting het doel zou gaan.

Kort na zijn ministerschap bleek volgens het onafhankelijke PBL dat de kans op het daadwerkelijk halen van het wettelijke doel kleiner dan vijf procent was.

Dat is precies het soort verschil tussen aangekondigd beleid en gerealiseerd resultaat waarop kritisch naar politiek beleid gekeken mag worden.

Ook in 2025 bleef het klimaatdoel uit zicht

Een jaar later was het fundamentele probleem nog steeds niet opgelost.

In de Klimaat- en Energieverkenning 2025 verwachtte het PBL dat Nederland met het basisbeleid zou uitkomen op ongeveer 45 tot 53 procent uitstootreductie.

Ook toen bedroeg de kans op het halen van 55 procent minder dan vijf procent.

Het zou onjuist zijn om het volledige klimaatbeleid van 2025 aan Jetten toe te schrijven, omdat hij toen geen klimaatminister meer was.

Maar de cijfers zijn wel relevant bij het beoordelen van de structurele resultaten van de klimaatkoers die in voorgaande jaren is opgebouwd.

Het volle stroomnet: verduurzamen zonder voldoende infrastructuur

Misschien is een van de grootste zwakke punten van het Nederlandse energiebeleid niet de ambitie zelf, maar de uitvoering.

Huishoudens en bedrijven worden aangemoedigd om te elektrificeren:

  • elektrische auto’s;
  • warmtepompen;
  • zonnepanelen;
  • elektrische productieprocessen;
  • verduurzaming van fabrieken;
  • uitbreiding van duurzame energie.

Maar al die elektrificatie vraagt om veel meer capaciteit op het elektriciteitsnet.

En daar ontstond een steeds groter probleem.

Bedrijven moeten wachten op stroom

De Rijksoverheid erkent inmiddels zelf dat bedrijven die een nieuwe of zwaardere aansluiting nodig hebben op wachtlijsten terechtkomen.

Volgens de overheid kan dit ertoe leiden dat ondernemingen niet kunnen uitbreiden, verduurzamen of investeren. De overheid noemt dat zelf schadelijk voor de economie.

In maart 2025 meldde de regering dat de wachtlijst ondanks alle maatregelen nog steeds groeide.

En ook in februari 2026 was het probleem nog zo groot dat overheid, bedrijfsleven en netbeheerders met een nieuw gezamenlijk plan kwamen om de wachtrijen te verminderen.

De fundamentele kritiek op het beleid

Daarmee ontstaat een begrijpelijk kritiekpunt op het energiebeleid van de afgelopen jaren.

De overheid heeft elektrificatie zeer sterk gestimuleerd terwijl tegelijkertijd onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar was.

Dat betekent niet dat Jetten persoonlijk verantwoordelijk is voor iedere volle elektriciteitskabel.

Netbeheerders, eerdere kabinetten, provincies, gemeenten, toezichthouders en andere ministers spelen eveneens een rol.

Maar Jetten was tussen 2022 en 2024 wel de verantwoordelijke minister voor Klimaat en Energie.

Wanneer verduurzaming sneller wordt gestimuleerd dan de energie-infrastructuur kan worden uitgebreid, ontstaat een uitvoeringsprobleem.

Voor ondernemers is het politieke klimaatdoel uiteindelijk weinig waard wanneer hun bedrijf geen zwaardere stroomaansluiting kan krijgen.

Klimaatmiljarden: geld beschikbaar betekent nog geen resultaat

Een ander kritiekpunt betreft de manier waarop de overheid grote fondsen gebruikt.

Bij klimaatbeleid worden enorme bedragen genoemd.

Maar het reserveren van geld is iets anders dan het uitvoeren van projecten.

De Algemene Rekenkamer constateerde over 2024 dat bij de gehele Rijksoverheid ongeveer €15,2 miljard aan uitgaven naar latere jaren werd geschoven en ongeveer €6 miljard niet werd besteed.

De Rekenkamer meldde daarbij expliciet dat er onder andere minder geld aan projecten uit het Klimaatfonds werd uitgegeven dan gepland.

Dat raakt een breder probleem bij ambitieus overheidsbeleid.

Een kabinet kan tientallen miljarden reserveren, maar als vergunningverlening, personeel, infrastructuur en uitvoering achterblijven, ontstaat niet automatisch het beloofde maatschappelijke resultaat.

De Rekenkamer waarschuwde al eerder

De Algemene Rekenkamer waarschuwde in 2023 bovendien dat bij grote fondsen zoals het Klimaatfonds veel geld beschikbaar was gesteld terwijl nog niet altijd duidelijk was welke concrete doelen met die middelen bereikt zouden worden.

Dat is belangrijke kritiek.

Goed klimaatbeleid wordt uiteindelijk niet gemeten aan de omvang van een fonds.

Het moet worden gemeten aan het resultaat dat voor dat publieke geld wordt bereikt.

Energiecrisis: hier verdient het beleid juist nuance

Een kritische analyse moet ook benoemen wanneer beleid wél behoorlijk functioneerde.

Tijdens de energiecrisis voerde het kabinet een tijdelijk prijsplafond voor energie in.

Daar was in 2023 ongeveer €3,7 miljard mee gemoeid.

De Algemene Rekenkamer concludeerde dat Jetten als minister voor Klimaat en Energie tijdens deze crisis actief en beheerst had gehandeld en dat de regeling ondanks de tijdsdruk beheerst was uitgevoerd.

Dat is dus geen dossier dat eerlijk als simpel “faalbeleid” kan worden omschreven.

Er waren wel tekortkomingen.

Zo vielen ongeveer 700.000 huishoudens met een blokaansluiting aanvankelijk buiten het gewone prijsplafond. Voor hen moest een afzonderlijke oplossing worden gezocht.

Het voorbeeld laat zien waarom politieke beoordeling gebaseerd moet zijn op resultaten in plaats van alleen op partijvoorkeur.

Sommige onderdelen van Jettens beleid kregen stevige kritiek, terwijl andere onderdelen door onafhankelijke controleurs juist positief werden beoordeeld.

Van 24 naar 9 D66-zetels: enorme verkiezingsnederlaag in 2023

Niet alleen beleidsinstanties beoordelen politici.

Uiteindelijk doen kiezers dat ook.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 behaalde D66 onder Sigrid Kaag nog 24 zetels.

Na deelname van D66 aan kabinet-Rutte IV volgden de verkiezingen van 2023.

D66 behaalde toen nog maar:

656.290 stemmen en 9 zetels.

Dat betekende een verlies van maar liefst vijftien Kamerzetels ten opzichte van 2021.

De verkiezingsuitslag bewijst natuurlijk niet dat ieder onderdeel van het D66-beleid was mislukt.

Maar een verlies van 24 naar 9 zetels is politiek gezien moeilijk anders te omschrijven dan als een zware electorale afstraffing.

En toen maakte Rob Jetten een spectaculaire comeback

Wie alleen het verlies van 2023 noemt, vertelt echter niet het volledige verhaal.

Onder leiding van Rob Jetten herstelde D66 zich daarna uitzonderlijk sterk.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 kreeg D66 1.790.634 stemmen en 26 zetels.

Daarmee groeide de partij:

VerkiezingD66-zetels
202124
20239
202526

D66 en PVV kregen in 2025 allebei 26 zetels. D66 kreeg echter bijna 30.000 stemmen meer en werd daardoor als verkiezingswinnaar aangemerkt.

Dat is politiek relevant.

Dezelfde Rob Jetten die onderdeel was geweest van het kabinet waarna D66 in 2023 zwaar verloor, wist de partij twee jaar later naar 26 zetels te leiden.

Een zuiver feitelijke analyse kan dat succes niet negeren.

Rob Jetten als premier in 2026

Sinds 23 februari 2026 is Rob Jetten minister-president.

Het kabinet bestaat uit D66, VVD en CDA.

Op basis van de verkiezingsuitslag beschikken deze partijen gezamenlijk niet over een gewone meerderheid van 76 zetels in de Tweede Kamer.

D66 heeft 26 zetels, VVD 22 en CDA 18. Daardoor moet het kabinet voor veel voorstellen steun zoeken buiten de regeringspartijen.

Voor Jetten betekent dit dat zijn nieuwe premierschap opnieuw zal worden beoordeeld op uitvoering.

D66 presenteerde tijdens de verkiezingen van 2025 vijf grote doorbraken, waaronder:

  • tien nieuwe steden;
  • onderwijs op maat;
  • betaalbare groene energie;
  • een nieuwe slimme economie;
  • de gezondste generatie ooit.

Het zijn grote beloften.

En juist daar ligt een belangrijke les uit Jettens periode als klimaatminister.

Ambitie en aankondigingen zijn niet hetzelfde als resultaat.

Problemen zijn onder premier Jetten nog niet verdwenen

Ook als minister-president heeft Jetten inmiddels erkend dat Nederland nog met grote structurele problemen kampt.

In augustus 2026 noemde hij onder meer netcongestie als probleem dat moet worden opgelost en stelde hij dat aanvullende klimaatmaatregelen waarschijnlijk opnieuw noodzakelijk zijn.

Ook het stikstofprobleem is nog niet opgelost.

Tijdens een persconferentie in juli 2026 zei Jetten dat Nederland volgens gesprekken met het bedrijfsleven ongeveer €15 miljard aan investeringen was misgelopen doordat vanwege het stikstofslot onvoldoende ruimte voor vergunningverlening bestond.

Die problemen zijn niet uitsluitend veroorzaakt door het kabinet-Jetten, dat pas sinds februari 2026 regeert.

Maar ze tonen wel aan hoe groot het verschil nog altijd is tussen politieke plannen en praktische uitvoerbaarheid.

Is het beleid van Rob Jetten dan “faalbeleid”?

Het woord faalbeleid is een politieke kwalificatie, geen objectief meetbare categorie.

Toch zijn er concrete feiten waarmee stevige kritiek op het beleid kan worden onderbouwd.

Tijdens Jettens ministerschap werd een aanvullend klimaatpakket van €28,1 miljard aangekondigd waarmee Nederland volgens het kabinet de noodzakelijke inhaalslag richting de klimaatdoelen zou maken.

Niet lang daarna concludeerde het PBL dat de kans op het halen van het wettelijke klimaatdoel kleiner dan vijf procent was.

Tegelijkertijd liep Nederland tegen enorme beperkingen van het elektriciteitsnet aan, waardoor bedrijven die juist moesten elektrificeren soms geen aansluiting konden krijgen.

Ook bleek dat grote hoeveelheden beschikbaar overheidsgeld niet zo snel konden worden uitgegeven als gepland.

Dat zijn serieuze aanwijzingen dat uitvoerbaarheid en infrastructuur niet altijd gelijke tred hebben gehouden met de politieke ambities.

Dat is een veel sterker en feitelijk beter verdedigbaar kritiekpunt dan simpelweg stellen dat “alles van Jetten is mislukt”.

D66 en Rob Jetten: veel ambitie, maar resultaten moeten leidend zijn

Rob Jetten heeft zich politiek sterk geprofileerd als iemand die grote problemen wil oplossen.

D66 gebruikt daarvoor niet voor niets de slogan “Het kan wél”.

Maar juist politici die grote doorbraken beloven, mogen streng worden afgerekend op het verschil tussen hun plannen en de werkelijkheid.

Op klimaatgebied zijn miljarden beschikbaar gesteld, terwijl Nederland volgens onafhankelijke berekeningen nog altijd niet op koers lag voor het wettelijke klimaatdoel.

De elektriciteitsinfrastructuur kon de gewenste elektrificatie niet bijhouden.

En grote overheidsfondsen bleken in de praktijk moeilijker en langzamer inzetbaar dan politieke aankondigingen soms suggereerden.

Daar staat tegenover dat Jettens aanpak van het energieprijsplafond door de Algemene Rekenkamer juist relatief positief werd beoordeeld en dat hij D66 na de historische verkiezingsnederlaag van 2023 in 2025 naar 26 zetels wist terug te brengen.

Rob Jetten van de D66

Wie D66 en Rob Jetten kritisch wil beoordelen, hoeft dus geen feiten te verdraaien.

Er zijn voldoende concrete vragen te stellen.

Waarom werden miljarden aan klimaatbeleid aangekondigd terwijl het wettelijke klimaatdoel uiteindelijk opnieuw uit zicht raakte?

Waarom werd elektrificatie zo sterk gestimuleerd terwijl de capaciteit van het elektriciteitsnet daar onvoldoende op voorbereid bleek?

Waarom blijken grote fondsen en ambitieuze plannen keer op keer moeilijk uitvoerbaar?

En vooral: lukt het Jetten als minister-president nu wél om grote politieke beloften om te zetten in aantoonbare resultaten?

Dat zal uiteindelijk de belangrijkste maatstaf zijn.

Want in politiek bestuur telt niet alleen wat een partij belooft of hoeveel geld een kabinet reserveert, maar vooral wat burgers en bedrijven daar uiteindelijk daadwerkelijk van merken.