Basisonderwijs in België: kleuterschool en lagere school
Basisonderwijs in België omvat twee fasen: de kleuterschool en de lagere school. Samen vormen zij de basis van de schoolloopbaan van elk kind. De lagere school België bereidt kinderen voor op het secundair onderwijs. De overgang van kleuterschool basisschool is een belangrijke stap in de ontwikkeling van elk kind.
De kleuterschool
De kleuterschool in België staat open voor kinderen vanaf twee en een half jaar. Deelname is niet verplicht voor kleuters jonger dan vijf jaar, maar wordt sterk aanbevolen. Kleuters die voldoende aanwezig zijn geweest, zijn beter voorbereid op de lagere school. Bovendien wordt de kleuterschool volledig gefinancierd door de overheid en is ze daarmee gratis toegankelijk voor elk kind.
In de kleuterschool staat spelend leren centraal. Kinderen ontwikkelen taal, motoriek, sociale vaardigheden en nieuwsgierigheid op hun eigen tempo. Leerkrachten observeren en begeleiden, maar toetsen of punten bestaan niet in de kleuterklas. Elke school heeft eigen werkvormen, maar de overheid legt ontwikkelingsdoelen vast waaraan alle kleuters worden blootgesteld.
De lagere school
De lagere school België omvat zes leerjaren voor kinderen van zes tot twaalf jaar. In de lagere school worden de vakken Nederlands, wiskunde, wereldoriëntatie, Frans, muzische vorming en lichamelijke opvoeding aangeboden. In het derde leerjaar start doorgaans het Frans als tweede taal.
Aan het einde van het zesde leerjaar ontvangen leerlingen een getuigschrift basisonderwijs. Dit getuigschrift is nodig om in te stromen in het secundair onderwijs. De beslissing over het al dan niet uitreiken van het getuigschrift wordt genomen door de klassenraad. Een leerling die het getuigschrift niet haalt, kan het jaar overdoen of een oriënteringsattest ontvangen dat doorstroming naar buitengewoon onderwijs toelaat.
Zorg en ondersteuning in het basisonderwijs
Scholen in het basisonderwijs zijn verplicht om zorg te dragen voor alle leerlingen, ook voor kinderen met leermoeilijkheden, taalachterstand of gedragsproblemen. Via het zorgbeleid van de school en de samenwerking met het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) wordt extra ondersteuning geboden aan kinderen die dat nodig hebben.
Wanneer een kind nood heeft aan intensieve ondersteuning, kan een gemotiveerd verslag worden opgesteld. Dat verslag opent de deur naar extra middelen of, in sommige gevallen, naar een overstap naar het buitengewoon onderwijs. De ouders zijn altijd betrokken bij deze beslissingen.
Veelgestelde vragen over basisonderwijs in België
Moet mijn kind naar de kleuterschool gaan?
Deelname aan de kleuterschool is verplicht vanaf vijf jaar. Vóór die leeftijd is het vrij maar sterk aanbevolen. Onderzoek toont aan dat kinderen die regelmatig naar de kleuterschool gaan, beter presteren in de lagere school, zeker op het gebied van taal en sociale vaardigheden.
In welk leerjaar van de lagere school start het vak Frans?
In de meeste Vlaamse basisscholen start het vak Frans in het derde leerjaar. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in sommige randgemeenten kan dat al eerder zijn. In het Franstalig onderwijs wordt Nederlands op een vergelijkbare manier geïntroduceerd.
Wat gebeurt er als mijn kind het getuigschrift basisonderwijs niet haalt?
Als een kind het getuigschrift niet haalt, heeft de klassenraad drie opties: het getuigschrift uitreiken, het jaar laten overdoen, of een oriënteringsattest afgeven voor doorstroming naar het buitengewoon secundair onderwijs. Ouders worden altijd geïnformeerd en kunnen bezwaar aantekenen tegen de beslissing.
Hoeveel uur per week gaat mijn kind naar de lagere school?
Leerlingen in de lagere school hebben minimaal 28 lestijden per week van 50 minuten. Dat komt neer op iets meer dan 23 uur effectieve lestijd per week. Scholen kunnen het uurrooster zelf invullen binnen de opgelegde kaders van de overheid.

